Val ik onder de Wtta? Zo weet je of de toelatingsplicht voor jou geldt
Val ik eigenlijk onder de Wtta? Veel ondernemers stellen zich die vraag niet, en juist daar zit het risico. De Wtta kijkt niet naar hoe je bedrijf heet of welke SBI-code je hebt, maar naar wat je feitelijk doet. Stel je personeel tegen een vergoeding beschikbaar aan een ander bedrijf, waar die mensen onder leiding en toezicht van dat bedrijf werken, dan ben je uitlener in de zin van de wet. En dan kun je toelatingsplichtig zijn, ook al ben je geen uitzendbureau. Detacheer je specialisten, werk je met een personeels-bv of leen je af en toe een medewerker uit, dan telt dat mee. Er zijn uitzonderingen, zoals collegiale uitleen zonder winst. Hieronder lees je hoe je bepaalt of de toelatingsplicht voor jou geldt, welke vormen mensen niet verwachten, en wat je doet als je eronder valt.
Wanneer val je onder de Wtta? Drie kenmerken
De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) vat het samen in drie kenmerken. Je bent uitlener als ze alle drie op jou van toepassing zijn:
- Je stelt een werknemer beschikbaar aan een ander bedrijf.
- Je krijgt daarvoor een vergoeding van dat bedrijf.
- De werknemer werkt onder leiding en toezicht van dat bedrijf.
Dat laatste is de kern. De ander bepaalt wat de medewerker doet en hoe, precies zoals bij een eigen werknemer. Dat is het verschil met aanneming van werk of een echte opdracht, waarbij jij zelf de leiding houdt en alleen een resultaat oplevert.
Belangrijk: de wet kijkt naar de feitelijke situatie, niet naar het etiket. Je inschrijving bij de KVK, je SBI-code of de woorden “consultancy” of “adviesbureau” doen niet ter zake. Doe je in de praktijk aan terbeschikkingstelling, dan val je eronder. Ook als uitlenen maar een klein deel van je activiteiten is.
Deze vormen vallen er ook onder
Bij de Wtta denkt bijna iedereen aan uitzendbureaus. Maar de wet is breder. Deze vormen vallen er net zo goed onder, en dat verrast ondernemers regelmatig:
- Detachering. Leen je een eigen medewerker uit aan een opdrachtgever die de leiding heeft, dan is dat terbeschikkingstelling. Of je jezelf nu detacheerder, ingenieursbureau of ICT-partij noemt, maakt niet uit.
- Payrolling. Bij payroll ben jij juridisch werkgever en zet je de medewerker bij een ander aan het werk onder diens leiding. Dat is uitlenen in de zin van de wet.
- Doorlening. Leen je zelf personeel in en zet je diezelfde mensen weer bij een ander door, dan ben je op jouw beurt ook uitlener.
- De personeels-bv. Veel groepen hebben één bv waar het personeel in dienst is en die de mensen doorleent aan de werkmaatschappijen. Rekent die bv een opslag of marge, dan voldoet ze aan alle drie de kenmerken en kan ze toelatingsplichtig zijn.
De rode draad: zodra personeel, leiding en toezicht bij een ander, en een vergoeding samenkomen, ben je in beeld.
De uitzonderingen: collegiale uitleen, sectoren en de ontheffing
Niet elke vorm van uitlenen valt onder de toelatingsplicht. De NAU werkt met een beslisboom. Kom je bij een van deze uitzonderingen uit, dan geldt de plicht niet.
Collegiale uitleen zonder winst. Leen je een medewerker die bij jou in dienst is tijdelijk uit aan een ander bedrijf en reken je daarvoor geen winst of opslag, alleen de kale loonkosten, dan is er geen toelatingsplicht. Dit moet je wel administratief kunnen aantonen. Let op het verschil met de ontheffing verderop: collegiale uitleen valt volledig buiten de plicht, je hoeft dus niets aan te vragen.
Uitlenen binnen hetzelfde bedrijf of tussen collega-bedrijven valt onder dezelfde regel: geen toelatingsplicht zolang er geen winst wordt gemaakt. Zodra er wel een marge in zit, verandert het beeld en kan de plicht alsnog gelden. Voor concernconstructies met een personeels-bv is dat een belangrijk aandachtspunt. Twijfel je, loop dan de beslisboom van de NAU door of vraag advies.
Specifieke sectoren. Voor een paar situaties geldt een aparte uitzondering, zoals uitlenen door de overheid en door rechtspersonen voor mensen met een arbeidsbeperking, beroepsopleidingsstichtingen voor bbl-studenten, en beveiligings- of recherchebureaus met een geldige vergunning.
De ontheffing voor beperkt uitlenen. Val je wel onder de wet, maar is uitlenen echt een kleine nevenactiviteit, dan kun je in plaats van een volledige toelating een ontheffing aanvragen. Volgens de NAU (stand juli 2026) kan dat als de omzet uit uitlenen minder dan 10 procent van je totale omzet bedraagt én die omzet onder de 5 miljoen euro per jaar blijft, en als je kunt aantonen dat je in de twaalf maanden voor de aanvraag loon hebt betaald. Uitzendbureaus en payrollbedrijven kunnen deze ontheffing niet krijgen. De regels worden nog verder uitgewerkt, dus controleer je eigen situatie altijd in de actuele beslisboom.
Wat doe je als je onder de Wtta valt?
Kom je tot de conclusie dat je toelatingsplichtig bent, dan doorloop je dit traject:
- Aanmelden voor het overgangsrecht. Tussen 1 november en 31 december 2026 meld je je bij de NAU. Doe je dat, dan mag je blijven uitlenen zolang je aanvraag nog niet is beoordeeld.
- Aanvraag indienen. Tussen 1 mei en 30 juni 2027 dien je de formele aanvraag voor een toelating of ontheffing in.
- Handhaving vanaf 1 januari 2028. Vanaf die datum handhaaft de Nederlandse Arbeidsinspectie en mag je alleen nog uitlenen met een toelating of ontheffing.
Aan welke eisen een uitlener dan moet voldoen, valt buiten de scope van dit artikel. Die toelatingseisen en de volledige tijdlijn lees je in Wtta: wat de nieuwe uitleenwet betekent voor payroll en inhuur.
Wat als je het ten onrechte negeert?
De grootste misvatting in de markt is: “wij zijn geen uitzendbureau, dus dit geldt niet voor ons.” Wie op dat idee blijft zitten en tóch toelatingsplichtig blijkt, loopt een dubbel risico.
Ten eerste mag je vanaf 2028 niet meer uitlenen zonder toelating. Je opdrachtgever, de inlener, mag dan ook niet meer met je werken en gaat op zoek naar een vervanger. Je verliest dus klanten precies op het moment dat je ze het hardst nodig hebt.
Ten tweede is er een boeterisico, en dat ligt niet alleen bij de inlener maar ook bij jou als uitlener. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan een bestuurlijke boete opleggen en bij herhaling het werk stilleggen. Wat dat boeterisico precies inhoudt, met het wettelijke mechanisme erachter, staat beschreven in Wtta voor inleners: wat je vanaf 2027 moet regelen.
De verstandige route is simpel: ga er niet vanuit dat je buiten de wet valt omdat je jezelf geen uitzender noemt. Loop de drie kenmerken langs, check de beslisboom, en begin op tijd.
Twijfel je of jouw constructie onder de toelatingsplicht valt? PersoneelsKompas werkt samen met BVDV Advocaten & Fiscalisten in Utrecht, arbeidsrechtspecialisten voor ondernemers. Kijk op bvdv.nl.
Bronnen en disclaimer
- Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt: over de Wtta
- Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt: moet u toelating aanvragen?
- Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt: beslisboom toelatingsplicht
- Wettenbank: Waadi, artikel 1 (definitie ter beschikking stellen van arbeidskrachten)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten
Deze informatie is samengesteld op basis van publieke overheidsbronnen (stand juli 2026). De Wtta wordt nog nader uitgewerkt in lagere regelgeving, dus details kunnen wijzigen. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg bij twijfel een specialist of de genoemde bronnen.
Veelgestelde vragen
Wie valt onder de Wtta?
Onder de Wtta valt iedere uitlener: een bedrijf dat tegen een vergoeding werknemers beschikbaar stelt om onder leiding en toezicht van een ander te werken. Dat is breder dan uitzendbureaus alleen. Ook detacheerders, payrollbedrijven en gewone bedrijven die af en toe personeel uitlenen kunnen eronder vallen. De wet kijkt naar de feitelijke werkzaamheden, niet naar de bedrijfsnaam of de SBI-code.
Val ik onder de Wtta als ik geen uitzendbureau ben?
Mogelijk wel. De toelatingsplicht hangt niet af van hoe je je bedrijf noemt, maar van wat je doet. Leen je personeel uit tegen een vergoeding, waarbij die mensen onder leiding en toezicht van de ander werken, dan ben je uitlener, of je jezelf nu detacheerder, adviesbureau of producent noemt. Alleen bij een wettelijke uitzondering, zoals collegiale uitleen zonder winst, geldt de plicht niet.
Geldt de toelatingsplicht ook voor collegiale uitlening?
Niet als de collegiale uitlening zonder winst gebeurt. Leen je een eigen medewerker tijdelijk uit aan een ander bedrijf en reken je alleen de loonkosten door, zonder winst of opslag, dan valt dat buiten de toelatingsplicht en hoef je niets aan te vragen. Dit is iets anders dan de ontheffing. Die is bedoeld voor bedrijven die wel toelatingsplichtig zijn, maar heel beperkt uitlenen.
Valt uitlenen binnen een concern onder de Wtta?
Dat hangt af van de vergoeding. Leen je personeel uit binnen je eigen groep of tussen zusterbedrijven zonder winst te maken, dan geldt geen toelatingsplicht. Werkt je concern met een personeels-bv die de mensen met een marge of opslag doorbelast, dan voldoet die bv aan de kenmerken van terbeschikkingstelling en kan ze toelatingsplichtig zijn. Loop bij twijfel de beslisboom van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt door.
Wat moet ik doen als ik onder de Wtta val?
Meld je tussen 1 november en 31 december 2026 aan bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt om gebruik te maken van het overgangsrecht, en dien tussen 1 mei en 30 juni 2027 je aanvraag voor een toelating of ontheffing in. Vanaf 1 januari 2028 mag je alleen nog uitlenen met een toelating of ontheffing. Aan welke eisen je dan moet voldoen, staat in het definitieartikel over de Wtta.
Bron en controle. Samengesteld door de redactie van PersoneelsKompas op basis van openbare bronnen. Geen aanbieder heeft invloed op deze uitleg. Laatst gecontroleerd op .