Payroll tarieven 2026: hoe de factor is opgebouwd en waarom hij verschilt
Payroll tarieven 2026 draaien om één getal: de omrekenfactor over het brutoloon. Maar dat ene getal zegt op zichzelf weinig, want er bestaat geen vaste marktfactor. Wat een factor betekent hangt af van de grondslag waarover hij wordt berekend, het contracttype, de cao en het pensioenfonds, en wat er wel en niet in zit. Hieronder zie je hoe de factor is opgebouwd en waarom twee aanbieders heel verschillende getallen kunnen noemen voor vergelijkbare kosten.
Payroll tarieven 2026: de omrekenfactor
Payrollbedrijven rekenen een omrekenfactor (ook wel inlenerstarief of kostendekkingsfactor) over het brutoloon van de medewerker.
Wat zit in de factor?
Een payrollfactor van 1,70 over een brutoloon van 15 euro per uur betekent dat je 25,50 euro per uur betaalt (een rekenvoorbeeld, geen tarief van een aanbieder). Wil je dit voor je eigen uurloon en factor uitrekenen, gebruik dan de tool payrollfactor berekenen. In zo’n factor zijn verwerkt:
- Werkgeverspremies (WW, ZVW, AOF)
- Vakantiegeld (8 procent)
- Vakantiedagen (doorbetaald)
- Pensioen (conform de geldende cao)
- Doorbetaling bij ziekte
- Administratiekosten
- Marge payrollbedrijf
Waarom er geen vast getal is
Een marktconforme factor bestaat niet als één cijfer. Vier dingen bepalen waar de factor uitkomt:
De grondslag. Rekent de aanbieder over het kale brutoloon of over het loon inclusief vakantiegeld en vakantiedagen? Dat scheelt ongeveer 20 procent in het getal, terwijl de uurprijs gelijk kan zijn. Waarom dat zo is, lees je in Payrollfactor: waarom de grondslag het verschil maakt.
Het contracttype. Jongerencontracten vallen onder een lagere sectorpremie en kennen daardoor een lagere factor. Flexcontracten liggen doorgaans hoger dan vaste contracten.
De cao en het pensioenfonds. De pensioenpremie zit in de factor. Een sector met een zwaar pensioen kent een hogere factor dan een sector met een licht pensioen. Het verschil tussen twee fondsen staat in Payrollfactor per pensioenfonds.
De dekking. Of verzuim, leegloop en feestdagen in de factor zitten, scheelt direct in het getal. Zie De verborgen kosten: leegloop en feestdagen buiten de factor.
Let op bij vergelijken
Vraag altijd wat er wel en niet in de factor zit. Soms worden kosten als arbo, verzuimbegeleiding of juridisch advies apart gefactureerd. Welke fouten je daarbij moet voorkomen, lees je in Payrolltarieven vergelijken: de valkuilen. Wil je de factor afzetten tegen zelf in dienst nemen, bekijk dan Loonkosten berekenen in 2026. En wil je payroll tarieven vergelijken op meer dan alleen de factor, dan legt de hoofdsite per kostenmodel uit wat er in een tarief hoort te zitten.
Een getal noemen dat voor iedereen geldt, kan dus niet eerlijk. De volledige opbouw van payrollkosten staat in Wat kost payroll?. Wil je weten of een aangeboden factor voor jouw situatie scherp is, doe dan de offertecheck. Dan zetten we hem af tegen wat in jouw branche, cao en contractvorm gangbaar is.
Bronnen en disclaimer
- Staatscourant 2025, 42324: premiepercentages werknemersverzekeringen 2026 (WW, AOF, ZVW, Ufo)
- Ondernemersplein: regels voor payrolling
Deze informatie is samengesteld op basis van publieke bronnen zoals de Belastingdienst, UWV en Rijksoverheid (stand 2026). Genoemde percentages en voorbeelden zijn indicatief. Premies en regels kunnen wijzigen. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg bij twijfel een specialist.
Veelgestelde vragen
Bestaat er een gangbare payrollfactor in 2026?
Niet als één getal. De factor hangt af van de grondslag (kaal loon of inclusief reserveringen), het contracttype, de cao en het pensioenfonds, en wat er gedekt is. Een marktconforme factor voor jouw situatie bepaal je het beste met de offertecheck.
Wat zit er in de payrollfactor?
In de omrekenfactor zitten werkgeverspremies (WW, ZVW, AOF), vakantiegeld, doorbetaalde vakantiedagen, pensioen, doorbetaling bij ziekte, administratiekosten en de marge van het payrollbedrijf.
Hoe reken ik een payrollfactor om naar een uurtarief?
Vermenigvuldig het bruto-uurloon met de factor. Een factor van 1,70 over een brutoloon van 15 euro per uur betekent dat je 25,50 euro per uur betaalt. Dit is een rekenvoorbeeld om het principe te tonen, geen tarief van een aanbieder.
Bron en controle. Samengesteld door de redactie van PersoneelsKompas op basis van openbare bronnen. Geen aanbieder heeft invloed op deze uitleg. Laatst gecontroleerd op .